Koningsdag 27 april Feest van het Koninkrijk

Gepubliceerd op 24 april 2026 om 17:36

Sinds 2014 vieren we Koningsdag op 27 april, de verjaardag van Koning Willem-Alexander. Koningsdag is een van de meest geliefde feestdagen in Nederland. Dit jaar woont Koning Willem-Alexander met leden van het Koninklijk gezin en leden van de Koninklijke familie de viering bij van Koningsdag in Dokkum. In deze blog lees je sinds wanneer we Koningsdag vieren en wie de koningen en koninginnen voor koning Willem-Alexander waren.

Sinds wanneer vieren we Koningsdag?

De feestdag begon als Prinsessedag op de verjaardag van de jonge prinses Wilhelmina: 31 augustus 1885. Toen zij koningin werd, heette de dag vanaf 1891 Koninginnedag, nog steeds op 31 augustus. Toen Juliana in 1948 de troon besteeg, werd de datum in 1949 verschoven naar 30 april, haar verjaardag. Beatrix hield bij haar aantreden in 1980 de datum van 30 april aan, uit respect voor haar moeder én omdat zij op 31 januari jarig is. Midden in de winter dus. Vanaf 2014 heet de dag Koningsdag en vieren we feest op 27 april, de verjaardag van koning Willem-Alexander.

De koningen en koninginnen van Nederland

De eerste koning was koning Willem I. Hij werd in 1815 officieel ingehuldigd als koning van Nederland. Na koning Willem I volgden koning Willem II, koning Willem III, koningin Wilhelmina, koningin Juliana, koningin Beatrix en koning Willem-Alexander. Lees hieronder meer over onze koningen en koninginnen. Voor boeken over ons koningshuis kun je hier terecht. Natuurlijk plaats ik ook bij deze boeken video's om de geschiedenis van het Koninkrijk der Nederlanden levend te houden.

Willem I, de eerste koning der Nederlanden

In november 1813 stortte het Franse keizerrijk ineen. Op 30 november zette Willem Frederik van Oranje-Nassau na achttien jaar weer voet op Nederlandse bodem en werd door het voorlopig bewind gevraagd staatshoofd te worden. Op 1 december werd hij tot soeverein vorst uitgeroepen, wat hij een dag later door aanvaardde. Hij was in 1813 nog geen koning, maar wel het hoofd van de nieuwe staat. Op 30 maart 1814 werd hij door de Vergadering van Notabelen in Amsterdam officieel ingehuldigd als soeverein vorst.

Bij het Congres van Wenen in 1815 besloten de Europese grootmachten Nederland en België samen te voegen tot één groot koninkrijk. Op 16 maart 1815 nam Willem zelf de titel koning der Nederlanden aan, en op 21 september van dat jaar werd hij in Brussel officieel ingehuldigd. Het Koninkrijk der Nederlanden was een feit.

In de jaren daarna liet kanalen graven, wegen aanleggen en zette zich vol overtuiging in voor handel en industrie. De Nederlandsche Bank, opgericht onder zijn bewind, legde de basis voor een modern financieel stelsel. Willem I begreep dat een sterk land niet alleen rust nodig had, maar ook economische slagkracht.

Maar er was een keerzijde. Willem I regeerde zoals een ondernemer zijn bedrijf runt: met ijzeren hand en weinig geduld voor tegenspraak. Hij bepaalde, hij besliste, en hij verwachtte dat zijn onderdanen dat waardeerden. Dat paternalistische gedrag — de overtuiging dat hij als een strenge maar rechtvaardige vader het beste wist wat goed was voor zijn volk — wekte steeds meer irritatie, vooral in het zuiden van het koninkrijk.

In de Belgische provincies groeide de onvrede al jaren. Taalverschillen, religieuze tegenstellingen en economische ongelijkheid zorgden voor spanningen die Willem I structureel onderschatte. In 1830 barstte de bom: België scheidde zich af en riep de onafhankelijkheid uit. Willem weigerde dit lange tijd te accepteren en hield vast aan een conflict dat hij militair niet kon winnen en diplomatiek steeds meer verloor. Pas in 1839 erkende hij officieel de Belgische onafhankelijkheid — negen jaar na de afscheiding.

Het had hem veel politiek kapitaal gekost. In 1840, moe en verzwakt, deed hij afstand van de troon ten gunste van zijn zoon Willem II. Hij trok zich terug naar Berlijn, waar hij in 1843 overleed.

De Republiek van Oranje, 1813 - 2013

In november 2013 begonnen de vieringen voor de 200ste verjaardag van het Koninkrijk der Nederlanden. Dit jaarboek biedt een frisse kijk op deze herdenking.

In het Jaarboek Parlementaire Geschiedenis komen historici, politicologen, juristen, journalisten en (oud-)politici aan het woord over verschillende onderwerpen uit de parlementaire geschiedenis. Het boek bevat artikelen, bronpublicaties, een opvallend Kamerdebat, interviews met politici, overlijdensberichten, boekbesprekingen en een overzicht van het afgelopen parlementaire jaar.

Het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis, gevestigd in Nijmegen, is een samenwerking tussen de Radboud Universiteit en de Stichting Parlementaire Geschiedenis in Den Haag. Het Centrum publiceert onder andere de serie Parlementaire geschiedenis van Nederland na 1945.

Koning Willem II (1792–1849), de koning die zijn eigen macht weggaf

Weinig vorsten in de Nederlandse geschiedenis hebben zo'n ingrijpende beslissing genomen als Willem II.

Willem II werd geboren in 1792 en groeide op in een tijd van oorlog en omwenteling. Als jonge prins vocht hij mee in de strijd tegen Napoleon en onderscheidde hij zich op het slagveld. Tijdens de Belgische opstand van 1830 werd hij gezien als een vastberaden militaire leider — de prins op het witte paard, letterlijk en figuurlijk.

In 1840 besteeg hij de troon, nadat zijn vader Willem I afstand deed na een lang en moeizaam bewind. Het was een Nederland in verandering: de samenleving werd mondiger, liberale ideeën verspreidden zich door Europa en de roep om meer democratie klonk steeds luider.

De echte ommekeer kwam in 1848. Revoluties trokken door heel Europa — Parijs, Wenen, Berlijn — en ook in Nederland groeide de druk. Willem II, die naar verluid op een avond van conservatief naar liberaal veranderde, gaf opdracht aan de jurist Johan Rudolph Thorbecke om een nieuwe grondwet op te stellen. Het resultaat was historisch: Nederland werd een parlementaire constitutionele monarchie, waarbij ministers voortaan verantwoording schuldig waren aan het parlement, niet aan de koning. De macht van de vorst werd daarmee fors ingeperkt.

Het is een van de grotere paradoxen uit onze vaderlandse geschiedenis: een koning die zijn eigen macht weggaf om erger te voorkomen. Een jaar later, in 1849, overleed Willem II in Tilburg, op 57-jarige leeftijd.

Hij liet een Nederland achter dat er fundamenteel anders uitzag dan het land dat hij had betreden. Zijn zoon Willem III mocht de nieuwe werkelijkheid gaan ontdekken — en die zou er duidelijk moeite mee hebben.

Koningsmoord op het Loo

De oorzaak van de vroege dood van koning Willem II (1792 – 1849) is op zijn zachtst gezegd verdacht. De koning zou tijdens een bezoek aan Tilburg ‘ernstig onwel’ zijn geworden. Zijn echtgenote, koningin Anna Paulowna werd niet toegelaten tot zijn sterfbed. Na drie dagen zou Willem zijn overleden.
Nederland moest maar liefst twee weken wachten op het officiële communiqué waarin de koninklijke lijfarts de gebeurtenissen die tot zijn dood zouden hebben geleid bekend maakte. Daarin ontbraken nadere gegevens over zijn doodsoorzaak.

Koning Willem III (1817-1890), de eigenzinnige koning en zijn bewogen regeerperiode

In 1849 besteeg Willem III de troon, na het overlijden van zijn vader Willem II. Het zou een roerige regeerperiode worden van maar liefst 41 jaar.

Willem III stond bekend als een koppige en opvliegende vorst. Hij botste regelmatig met het parlement, dat in zijn tijd steeds meer macht naar zich toe trok. De grondwetsherziening van 1848, een jaar vóór zijn troonsbestijging, had de macht van de koning al flink ingeperkt: voortaan regeerden ministers, niet de vorst. Willem III had daar zichtbaar moeite mee. Meerdere keren probeerde hij zelf ministers te benoemen of te ontslaan, wat leidde tot openlijke politieke conflicten.

Ook zijn privéleven zorgde voor de nodige commotie. Zijn eerste huwelijk met Sophie van Württemberg was openlijk ongelukkig — de twee konden slecht met elkaar opschieten en leefden grotendeels langs elkaar heen. Na haar dood in 1877 hertrouwde de inmiddels 60-jarige Willem met de 21-jarige Emma van Waldeck-Pyrmont. Dit leeftijdsverschil van maar liefst 41 jaar wekte veel opzien, maar het huwelijk bleek verrassend gelukkig.

Uit zijn eerste huwelijk had Willem drie zonen, maar geen van hen overleefde hun vader. Daarmee dreigde de directe mannelijke lijn van Oranje-Nassau uit te sterven. De geboorte van dochter Wilhelmina in 1880, uit zijn tweede huwelijk met Emma, was dan ook een grote opluchting voor het koningshuis.

Toen Willem III in 1890 overleed, was Wilhelmina pas tien jaar oud. Te jong om zelf te regeren. Haar moeder, koningin-moeder Emma, trad aan als regentes en bestuurde het land met grote kalmte en tact — tot Wilhelmina in 1898 officieel de troon besteeg.

Willem III is misschien niet de meest geliefde koning uit onze geschiedenis, maar zijn tijd op de troon was wel bepalend. Onder zijn bewind groeide Nederland uit tot een moderne parlementaire democratie — of hij dat nu wilde of niet.

Koning Willem III 1817 - 1890

De reputatie van koning Willem III is bedroevend. Hij staat bekend als een agressieve man die de grondwet aan zijn laars lapte en zijn leven in ledigheid sleet. Hij had echter ook een andere kant. Hij kon hartelijk zijn en betuigde vaak spijt van zijn uitbarstingen. Meer dan men denkt was hij een betrokken koning, die vooral de laatste jaren van zijn leven onverwacht veel macht had.

Koningin Wilhelmina (1880 - 1962), symbool van een natie

Toen koning Willem III in 1890 overleed, was Wilhelmina tien jaar oud. Haar moeder Emma trad aan als regentes en bereidde haar dochter zorgvuldig voor op wat komen zou. In 1898, op achttienjarige leeftijd, werd Wilhelmina officieel ingehuldigd als koningin der Nederlanden. Ze besteeg de troon als achttienjarig meisje en verliet haar als een van de meest gerespecteerde staatshoofden van de twintigste eeuw. Wilhelmina was geen koningin die op de achtergrond bleef — ze was een kracht van formaat.

Van meet af aan maakte ze duidelijk dat ze geen ceremonieel boegbeeld wilde zijn. Wilhelmina had uitgesproken opvattingen, een sterk rechtvaardigheidsgevoel en een wil die weinig mensen in haar omgeving durfden te trotseren. Ze trouwde in 1901 met de Duitse hertog Hendrik van Mecklenburg-Schwerin — een huwelijk dat niet vlekkeloos verliep, maar haar vier kinderen schonk. Alleen dochter Juliana overleefde de vroege kinderjaren.

De eerste grote beproeving kwam met de Eerste Wereldoorlog. Nederland bleef neutraal, maar Wilhelmina navigeerde de diplomatieke druk van zowel Duitsland als de geallieerden met opmerkelijke vastberadenheid. Honderdduizenden vluchtelingen en geïnterneerde soldaten vonden tijdelijk onderdak in Nederland, en de koningin was het gezicht van die humanitaire inspanning.

Maar haar grootste uur sloeg in mei 1940. Toen nazi-Duitsland Nederland binnenviel, vluchtte Wilhelmina op aandringen van de geallieerden en haar eigen ministers naar Londen. Vanuit het Londense ballingschap sprak ze geregeld via Radio Oranje tot de bezette Nederlandse bevolking. Haar stem, krachtig en onverzettelijk, werd het symbool van verzet en hoop. "Ik zal u niet begeven en niet verlaten," sprak ze, en de mensen geloofden haar.

Na de bevrijding in 1945 keerde ze terug naar een uitgeput maar herrijzend Nederland. Ze had de oorlog niet alleen overleefd — ze was er groter uit gekomen. In 1948, op 68-jarige leeftijd, deed de ijzeren koningin afstand van de troon ten gunste van haar dochter Juliana. Ze stierf in 1962.

Koningin Juliana, de koningin van het volk (1909–2004)

Waar haar moeder regeerde met onwrikbare autoriteit en een bijna militaire vastberadenheid, koos Juliana voor een geheel andere aanpak. Ze schudde handen, fietste door de polder en stond erop gewoon met haar voornaam aangesproken te worden. Nederland was er dol op.

Juliana Louise Emma Marie Wilhelmina werd geboren op 30 april 1909 — een datum die generaties Nederlanders later zouden vieren als Koninginnedag. Ze groeide op als enig kind van Wilhelmina en prins Hendrik, omringd door hofprotocol maar naar eigen zeggen soms eenzaam. Haar moeder was een sterke persoonlijkheid die hoge eisen stelde. Juliana ontwikkelde zich in reactie daarop tot iemand die juist verbinding zocht, die luisterde in plaats van te dicteren.

In 1937 trouwde ze met de Duitse prins Bernhard zur Lippe-Biesterfeld — een charmante, avontuurlijke man die in Nederland al snel populair werd. Het stel kreeg vier dochters: Beatrix, Irene, Margriet en Christina. Toen de Duitsers in 1940 Nederland binnenvielen, vluchtte het gezin naar Londen, later naar Canada. Juliana bracht de oorlogsjaren door in Ottawa, waar ze haar dochters grootbracht in de hoop ooit terug te keren naar een vrij Nederland. In 1943 werd prinses Margriet geboren in een Canadees ziekenhuis — voor de gelegenheid werd de verloskamer officieel tot Nederlands grondgebied verklaard, zodat Margriet de Nederlandse nationaliteit zou krijgen.

Na de bevrijding keerde Juliana terug naar een land dat aan wederopbouw toe was. In 1948 droeg Wilhelmina de kroon over en begon een nieuw tijdperk. Juliana gooide de deuren van de monarchie open. Ze ontving mensen in het paleis die er normaal nooit zouden komen, zette zich in voor armoedebestrijding en internationale samenwerking, en sprak openlijk over haar geloof en haar zoektocht naar zingeving.

Haar regeerperiode was niet zonder turbulentie. De jaren vijftig en zestig brachten de pijnlijke dekolonisatie van Indonesië en Suriname, processen waarbij Nederland worstelde met zijn eigen koloniale verleden. Thuis zorgde de vriendschap van Juliana met de omstreden gebedsgenezeres Greet Hofmans in de jaren vijftig voor een waar paleizenschandaal — het dreigde haar huwelijk en haar positie op het spel te zetten. Ze overleefde de storm, maar het kostte haar de nodige politieke goodwill.

Later, in 1976, raakte prins Bernhard verwikkeld in het Lockheed-schandaal: hij bleek steekpenningen te hebben aangenomen van de Amerikaanse vliegtuigfabrikant. Voor Juliana, die haar man innig liefhad, moet het een persoonlijke verwoesting zijn geweest. Bernhard trad terug uit zijn officiële functies, maar het huwelijk bleef — zij het gebutst.

In 1980, op haar 71e verjaardag, deed Juliana afstand van de troon ten gunste van haar dochter Beatrix. Ze deed het met de rust en de bescheidenheid die haar hele leven hadden gekenmerkt. Daarna leefde ze nog jarenlang teruggetrokken maar gelukkig, ver van het publieke oog.

Ze stierf in 2004, op 94-jarige leeftijd. Nederland rouwde om een vrouw die de monarchie menselijker had gemaakt dan ooit tevoren.

Balkonscène na abdicatie Koningin Juliana (1980)

30 april 1980 - Na het tekenen van de akte van abdicatie spreekt Prinses Juliana het Nederlandse volk toe.

Hoorcolleges bij Luisterrijk

Koningin Beatrix (1938–), een vakvrouw op de troon

Op 30 april 1980, de dag dat haar moeder afstand deed van de troon, werd Beatrix ingehuldigd als koningin. Die dag verliep niet zonder onrust: in Amsterdam waren er zware rellen rondom de kroning, gevoed door de woningnood en maatschappelijke onvrede. "Geen woning, geen kroning," scandeerde de menigte. Beatrix liet zich niet van de wijs brengen.

Beatrix Wilhelmina Armgard werd geboren op 31 januari 1938, als oudste dochter van Juliana en Bernhard. Ze groeide op in ballingschap — de eerste jaren van haar leven bracht ze door in Canada en Engeland, ver van het bezette Nederland. Na de oorlog keerde het gezin terug en werd Beatrix opgevoed met het besef dat de kroon haar bestemming was. Dat besef nam ze serieus, haar hele leven lang.

Ze studeerde rechten in Leiden, leerde meerdere talen en verdiepte zich breed in staatszaken, cultuur en maatschappij. Toen ze in 1966 aankondigde te willen trouwen met de Duitse diplomaat Claus von Amsberg, brak er een storm los. Claus had als jonge Duitser in de Wehrmacht gediend — in een Nederland dat nog volop tekende aan zijn oorlogswonden was dat voor velen onverteerbaar. De huwelijksstoet door Amsterdam werd onthaald op rookbommen en rellen. Het was een moeilijke start. Maar Beatrix zette door, en Claus groeide in de decennia daarna uit tot een van de meest geliefde leden van het koninklijk huis — een kwetsbare, openhartige man die openlijk sprak over zijn depressies en daarmee taboes doorbrak.

Als koningin was ze nauwgezet en gedegen. Ze las de stukken, stelde de vragen en liet zich niet gemakkelijk iets aanpraten. Haar jaarlijkse kersttoespraken werden gevolgd en besproken als doordachte reflecties op de staat van het land en de wereld. Ze had een uitgesproken mening, ook al sprak ze die zelden rechtstreeks uit. Haar rol in de kabinetsformatie — als koningin benoemde ze de informateur — gaf haar jarenlang reële politieke invloed, tot die taak in 2012 werd overgedragen aan de Tweede Kamer.

Haar privéleven kende diepe verliezen. In 2002 overleed prins Claus, haar grote liefde en steun, na jaren van ziekte. Beatrix rouwde zichtbaar en waardig. In 2012 verongelukte haar zoon prins Friso bij een ski-ongeluk in Oostenrijk; hij raakte zwaargewond en overleed een jaar later na lang in coma te hebben gelegen. Het waren klappen die ze droeg met de stille kracht die haar zo kenmerkte.

Op 28 januari 2013, kort voor haar 75e verjaardag, maakte Beatrix in een emotionele toespraak bekend afstand te doen van de troon. Ze deed het met de precisie en de keurigheid die bij haar pasten — geen verrassingen, alles tot in de puntjes voorbereid. Op 30 april 2013 werd haar zoon Willem-Alexander ingehuldigd als koning, de eerste mannelijke monarch in 123 jaar.

Abdicatie Koningin Beatrix (2013)

Abdicatie van Koningin Beatrix, in de Mozeszaal van het Koninklijk Paleis Amsterdam. Aanwezig zijn onder anderen de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer, de leden van de Rijksministerraad, de vicepresident van de Raad van State, de gouverneurs en premiers van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en leden van de Koninklijke Familie. Koningin Beatrix houdt een korte toespraak. Aansluitend leest de directeur van het Kabinet der Koningin de Akte van Abdicatie voor, die de Koningin vervolgens bekrachtigt. Tot slot tekenen de getuigen de Akte.

Koning Willem-Alexander (1967–), nuchter en betrokken

Op 30 april 2013 werd Willem-Alexander ingehuldigd als koning der Nederlanden. Het was de eerste keer in 123 jaar dat een man de troon besteeg — na drie generaties sterke vrouwen was het land benieuwd wat deze koning zou brengen. De verwachtingen waren gemengd. De man die ooit door de pers werd weggezet als feestprins en bierkaravaan-bezoeker, moest nu laten zien dat hij het serieuze werk aankon.

Willem-Alexander Claus George Ferdinand werd geboren op 27 april 1967 als oudste zoon van Beatrix en Claus. Hij groeide op in het oog van de publieke belangstelling, maar probeerde waar mogelijk een gewoon leven te leiden. Hij studeerde geschiedenis in Leiden, diende bij de marine en de luchtmacht en behaalde zijn vliegbrevet — een brevet dat hij tot op de dag van vandaag actief gebruikt als gezagvoerder bij KLM, zij het incognito.

In 2002 trouwde hij met de Argentijnse econome Máxima Zorreguieta — en daarmee veroverde hij in één klap de harten van Nederland. Niet zozeer door zijn eigen optreden, maar door de vrouw die hij meenam. Máxima was warm, spontaan, meertalig en onbevreesd. De discussie die voorafging aan het huwelijk — haar vader Jorge had een functie bekleed onder de Argentijnse militaire dictatuur en mocht de bruiloft niet bijwonen — werd overschaduwd door de overduidelijke chemie tussen het stel. Ze kregen drie dochters: Amalia, Alexia en Ariane. Prinses Amalia is als oudste de troonopvolger — iets wat door de aanpassing van de wet in 1983 mogelijk werd gemaakt, nog onder het bewind van Beatrix.

Als koning koos Willem-Alexander bewust voor een toegankelijke stijl. Hij spreekt helder en direct, zonder de plechtige afstandelijkheid die zijn moeder soms kenmerkte. Hij lacht makkelijk, staat op festivals, bezoekt voetbalwedstrijden en is zichtbaar aanwezig bij nationale rampen en herdenkingen. Tijdens de coronacrisis sprak hij de natie toe met een ernst en een empathie die aansloegen. Toen hij en Máxima in oktober 2020 midden in de lockdown op vakantie gingen naar Griekenland en dat door de pers werd onthuld, bood hij publiekelijk excuses aan — ongemakkelijk, maar eerlijk.

Het koningschap van Willem-Alexander speelt zich af in een tijd van grote veranderingen en toenemende maatschappelijke discussies — over klimaat, ongelijkheid, koloniale geschiedenis en de rol van het koningshuis zelf. De discussie over de betrokkenheid van de Oranjes bij de slavernijhandel in het verleden raakte ook hem persoonlijk. Bij de officiële excuses van de Nederlandse staat voor het slavernijverleden in 2022 was hij aanwezig en sprak hij woorden van erkenning. Het waren geen makkelijke momenten, maar hij liep er niet voor weg.

Of Willem-Alexander ooit de historische status zal bereiken van een Wilhelmina of de volkse warmte van een Juliana — dat zal de tijd uitwijzen. Maar wat al duidelijk is: hij neemt zijn rol serieus, staat dichter bij de samenleving dan menig voorganger en begrijpt dat een moderne monarchie moet verdienen om te blijven bestaan.

De feestprins is allang vergeten. De koning is er.

Beëdiging en inhuldiging van Koning Willem-Alexander in de Nieuwe Kerk (2013)

Beëdiging en inhuldiging van de Koning tijdens de Verenigde Vergadering der Staten-Generaal in De Nieuwe Kerk. Toespraak en eedaflegging door Koning Willem-Alexander. Toespraak door de voorzitter van de Verenigde Vergadering der Staten-Generaal, mr. G.J. de Graaf. Afleggen Inhuldigingsverklaring door de voorzitter. Hoofdelijk afleggen van eed of belofte door de leden van de Staten-Generaal en gedelegeerden van de Staten van Aruba, Curaçao en Sint Maarten. ©NOS

Winter1- 728 x 90